Identiteit

Wie ben ik? Dat is een vraag die iedere puber zichzelf stelt. Voor een interlandelijk geadopteerde puber is dat vaak een nog lastiger vraag om te beantwoorden dan voor een niet-geadopteerde puber.


Hieronder staat artikel van Lily Witte weergegeven over haar afstudeeronderzoek m.b.t. de identiteitsvorming van (niet-geadopteerde) Chinese jongeren in Nederland. In een naschrift gaat ze kort in op geadopteerde jongeren van Chinese afkomst.

‘Ik voel me een banaan: geel van buiten, wit van binnen’. Etnische identificaties van tweede generatie Nederlandse Chinezen.
Auteur: Lilly Witte (met toestemming overgenomen). Samenvatting van haar master thesis.
Bron: Standplaatswereld.nl, 02-09-2009.

Je blijft altijd die Chinees, ook al ben je in Nederland geboren, spreek je vloeiend Nederlands en heb je alleen maar Nederlandse vrienden
. Veel Nederlandse Chinezen van de tweede generatie hebben het gevoel altijd beoordeeld te worden op hun uiterlijk. Dit was een van de uitkomsten van mijn antropologische onderzoek naar etnische identificaties van tweede generatie Nederlandse Chinezen. Tijdens mijn veldwerk werd duidelijk dat een ‘opgeplakte’ identiteit een belangrijke rol speelt tijdens dit identificatie proces.

De Nederlandse Chinezen die ik in het kader van mijn Master studie Antropologie gesproken heb, voelden zich tot hun puberteit vooral Nederlander. Ze hadden veel autochtone vriendjes en vriendinnetjes en wilden het liefst zo ‘normaal’ mogelijk zijn. Rond de puberteit begon er echter iets te knagen. Ze merkten allerlei verschillen tussen hun autochtone vrienden en henzelf. Zo was er bijvoorbeeld weinig ruimte om met hun ouders over gevoelens te spreken. Of werden zij geconfronteerd met hun ‘anders-zijn’ en uitgescholden voor poepchinees.

Veel Nederlandse Chinezen gingen op zoek naar hun wortels. Hoewel dit een verschuiving van identificatie veroorzaakte, konden zij zich toch niet volledig identificeren met hun Chinese achtergrond. Zo werden zij bijvoorbeeld tijdens een verblijf in China gezien als westerlingen. Of zoals de in Nederland geboren Ying het formuleert: Toen ik in China kwam, had ik een serieuze cultuurschok! Ik had echt het gevoel van wat doe ik hier in hemelsnaam? Bij veel Nederlandse Chinezen ontbreekt dan ook het ‘thuisgevoel’ in China. Maar wat houdt die Chinese ‘wortel’ dan wel in? Kennis van de Chinese waarden en normen en de taal valt hieronder, evenals de opvoeding met de nadruk op onderwijs en hard werken.

Nederlandse Chinezen blijken zich wel goed te kunnen identificeren met andere Nederlandse Chinezen, het gaat hier om ‘soort zoekt soort’. Zij delen met elkaar het gevoel dat ze tussen wal en schip zitten en zien zichzelf als een Nederlandse Chinees. Zij leggen dit uit aan de hand van het zogenaamde banaan principe, dat wil zeggen: Ik voel me een banaan, geel van buiten, wit van binnen. Chinees van buiten en Nederlands van binnen. Negatieve stereotyperingen als gokverslaafd, pesten en ervaringen met discriminatie geven hen een gevoel van uitsluiting gebaseerd op uiterlijk. Hierdoor voelen zij zich niet geaccepteerd als Nederlander. Ying vertelt: Wat ik echt haat is wanneer dronkenlappen of, weet ik veel, bouwvakkers ofzo, ni hao naar me schreeuwen. Dan denk ik waarom schreeuw je ni hao naar mij? Ik ben in Nederland geboren! Komt het alleen maar omdat ik er Chinees uitzie?

Ondanks dat de tweede generatie Nederlandse Chinezen geen deel uit maakt van het huidige integratiedebat – omdat zij als ‘model minderheid’ wordt gezien – is hun ervaring wel degelijk van belang voor de Nederlandse integratiediscussie. De Nederlandse Chinezen participeren volledig in de Nederlandse samenleving, spreken de Nederlandse taal vloeiend, maar toch voelen zij zich buitengesloten en niet geaccepteerd. Dit voorbeeld toont aan dat integratie geen eenzijdig proces is en dat de ontvangende samenleving hierin ook een belangrijke rol speelt. Door vooral de verschillen te benadrukken blijven Chinese Nederlandsen immer ‘een vreemdeling met een ander hoofd’.


Naschrift van Lilly Witte m.b.t. geadopteerde Chinese jongeren:
Bedankt voor de belangstelling in mijn onderzoek. Ik denk inderdaad ook dat discriminatie geadopteerde jongeren van Chinese afkomst net zo hard treft. Misschien zijn er zelf wel meer 'problemen' aangezien veel van deze geadopteerde jongeren ook geen Chinees spreken, wat vaak toch wordt gezien als een graadmeter om bij de Chinese community te horen. Hierdoor vallen deze jongeren misschien helemaal tussen wal en schip, maar dit kan ik natuurlijk niet met zekerheid zeggen. Al moet ik wel zeggen dat ik mijzelf vaak afvroeg tijdens het onderzoek hoe het onder geadopteerde jongeren zou zijn.

Met vriendelijke groet, Lilly Witte

 

Artikelen

Stichting Adoptievoorzieningen
Zelfbeeld en identiteit gekleurd door adoptie: informatie voor ouders
In deze brochure komen de gevolgen aan bod van het afgestaan zijn, de andere culturele achtergrond en adoptie op de ontwikkeling van het zelfbeeld en de identiteit van adoptiekinderen. Aan de orde komen de betekenis van een zelfbeeld, identiteit in relatie tot loyaliteit en roots, de verhouding tussen zelfbeeld en identiteit en mogelijkheden tot nazorg.
Bestellen via www.adoptie.nl.

Pay-Uun Hiu (zelf Chinees-Nederlands) schreef op 1 december 2009 een artikel in de Volkskrant over Chinees-nederlandse jongeren: 'Toch niet echt Nederlands'. Ze willen het liefst Nederlands zijn, maar wat doet het met je als de Nederlandsers telkens de verschillen benadrukken. Klik hier voor het artikel.

Boeken
Irene Ypenburg. De multiculturele persoonlijkheid als gevolg van adoptie en migratie, 2009.
Samenvatting boek: iedereen met meer dan één cultuur in zijn achtergrond heeft een multiculturele persoonlijkheid. Dat is geen ziekte, afwijking, of buitengewone gave. Het betekent dat je identiteit en van daaruit je persoonlijkheid gevormd is door grotendeels onbewuste invloeden vanuit meer dan één cultuur. Dit is het geval bij alle kinderen en kleinkinderen van immigranten en bij intercultureel geadopteerden, zelfs al heb je maar één buitenlandse oma, of kwam je al naar Nederland toen je vier dagen oud was. Bij de één zijn de Nederlandse invloeden wat sterker, bij de ander de buitenlandse invloeden. Door de natuurlijke behoefte ergens bij te horen kies je onbewust voor de dominante cultuur: de Nederlandse. Daarmee vergeet je een stuk van jezelf. Veel hindernissen die je in je leven tegenkomt zijn daartoe te herleiden. Niettemin hebben 'multicultureel' en 'kansarm' in dit boek niets met elkaar te maken. Leren begrijpen wie je bent is de basis van een evenwichtige en gelukkige levensloop: met toegenomen zelfkennis kun je leren keuzes te maken die aansluiten bij wie je bent.

De geschiedenis, de cultuur, de situatie rondom de zwangerschap van de moeder en de aard en kwaliteit van de interactie met de omgeving in de allervroegste babytijd zijn factoren die voor een groot deel al bepaald hebben wie je gaat worden, nog voor je goed en wel beseft dat je bestaat. Op basis van multidisciplinair literatuuronderzoek, oriënterende gesprekken, briefwisseling en achttien interviews met mensen die van uiteenlopende invalshoeken met dit thema te maken hebben, laat 'De Multiculturele Persoonlijkheid' zien hoe het mogelijk is dat cultuur doorwerkt in de identiteitsontwikkeling van mensen die zich nauwelijks met hun achterliggende cultuur bezighouden of identificeren en belicht het tevens de betekenis hiervan voor de samenleving als geheel.

'De Multiculturele Persoonlijkheid' is ingedeeld volgens de vier jaargetijden, elk geïllustreerd met Chinese poëzie en opgebouwd rondom de verhalen van een geadopteerde jonge vrouw en van een kleindochter van immigranten. Het is wetenschappelijk gefundeerd, maar zeer toegankelijk geschreven met veel praktijkvoorbeelden en citaten uit interviews. Het geeft handreikingen voor de mensen waarover het gaat en aanbevelingen voor ouders, organisaties en instanties die met multiculturele mensen te maken hebben.