Wetenschappelijk onderzoek

Op dit gedeelte van de website proberen we interessante informatie te geven over wetenschappelijk onderzoek dat raakvlakken heeft met de doelstellingen van onze vereniging. Suggesties stuur je aan: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. .



Het meest toonaangevend en omvangrijke overzicht in Nederland over adoptieonderzoek, wordt gegeven door het Adoptie Driehoek Onderzoekscentrum (ADOC) van de Universiteit in Leiden. Op de ADOC-website vindt u een literatuurbestand over adoptie, informatie over (lopend) onderzoek naar adoptie, een nieuwspagina over recente wetenschappelijke literatuur, onderzoek, congressen en symposia en een pagina met relevante links.

Hieronder worden een aantal lopende en gesloten onderzoeken besproken:

Mw. drs. W. (Wendy) Tieman, onderwijsmedewerker op de afdeling AGP-D, is op woensdag 21 juni gepromoveerd aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Haar proefschrift is getiteld Mental health in young adult intercountry adoptees.


Persbericht:

The Sophia Longitudinal Adoption Study is een onderzoek van het Erasmus MC - Sophia Kinderziekenhuis, afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie, naar de ontwikkeling van interlandelijk geadopteerden. Onderzoekster Wendy Tieman promoveert op 21 juni op dit onderzoek, waar zij ruim vier jaar aan werkte. Een groep van ruim 2.000 interlandelijk geadopteerden die in 1986 tussen de 10 en 15 jaar oud waren, werd over een periode van 14 jaar door de onderzoekers gevolgd - van adolescentie tot in de volwassenheid.

Uit het onderzoek blijkt dat bij iets meer interlandelijk geadopteerden psychiatrische stoornissen voorkomen dan bij hun leeftijdgenoten uit de algemene bevolking (30% vs. 22%). De meerderheid van de jongvolwassen interlandelijk geadopteerden heeft geen psychiatrische stoornissen. Dit is opmerkelijk omdat velen van hen als jong kind onder erbarmelijke omstandigheden opgroeiden en omdat adoptie een grote ingreep is in het leven. Mannen in de adoptiegroep bleken kwetsbaarder voor psychische problemen dan vrouwen. Dit in tegenstelling tot leeftijdgenoten in de algemene bevolking waar vrouwen juist iets kwetsbaarder zijn dan mannen voor het ontwikkelen van psychische problemen.

Een andere opvallende bevinding was dat het opleidings- en beroepsniveau van jongvolwassen interlandelijk geadopteerden gelijk is aan dat in de algemene bevolking. Op het gebied van opleiding en arbeid presteren interlandelijk geadopteerden ondanks de vele obstakels in hun ontwikkeling even goed als hun niet-geadopteerde leeftijdgenoten. Ook bleken zij op andere fronten van het dagelijks leven (werk, relaties en vrije tijd) goed te functioneren. Wel bleek het aantal dat gehuwd was of een andere vaste relatie had bij jongvolwassen interlandelijk geadopteerden lager in vergelijking met leeftijdgenoten uit de algemene bevolking.

Van de jongvolwassen interlandelijk geadopteerden zoekt 18% naar zijn of haar biologische ouders en 14 % is reeds herenigd met de biologische ouders. Van de geadopteerden heeft 36 % geen enkele interesse in het zoeken naar de biologische ouders. Geadopteerden die zoeken naar de biologische ouders hebben iets meer psychische problemen dan geadopteerden die hierin geen enkele interesse hebben. Deze problemen zijn echter al voor de zoektocht aanwezig en worden dus niet veroorzaakt door het zoeken naar de biologische ouders. In het algemeen valt zoeken naar biologische ouders aan- noch af te raden.

In The Sophia Longitudinal Adoption Study is door middel van een uitgebreid interview en vragenlijsten een groot aantal terreinen van functioneren bestudeerd, zoals psychische problemen, sociaal functioneren, de eigen visie op adoptie en adoptiegerelateerde zaken zoals het zoeken naar de biologische wortels. De bereidheid om aan dit onderzoek mee te doen was groot.

Samenvatting proefschrift


Internationaal geadopteerde kinderen hebben minder gedragsproblemen dan binnenlandse adoptiekinderen



Prof.Dr.Femmie Juffer

Prof.Dr.Rien van IJzendoorn

De meeste kinderen die internationaal worden geadopteerd ontwikkelen zich goed en zij hebben minder gedragsproblemen dan kinderen die in het land zelf geadopteerd worden, zo concluderen prof.dr.Femmie Juffer en prof.dr.Rien van IJzendoorn in een artikel dat op 25 mei 2005 in JAMA - Journal of the American Medical Association is verschenen.

Groot onderzoek naar adoptie
Internationale adoptie is een groeiende vorm van adoptie waarbij jaarlijks meer dan 40.000 kinderen en meer dan 100 landen betrokken zijn. Vóór hun adoptie maken internationale adoptiekinderen vaak ontoereikende medische zorg mee, ondervoeding, scheiding van de moeder, en verwaarlozing en mishandeling in kindertehuizen. Prof.dr. Femmie Juffer en prof.dr. Rien van IJzendoorn, beiden verbonden aan het Centrum voor Gezinsstudies van de Universiteit Leiden, spoorden wereldwijd adoptieonderzoeken op die tussen 1950 en januari 2005 waren uitgevoerd om zo het effect van internationale adoptie op gedragsproblemen en aanmeldingen bij de hulpverlening te onderzoeken. In hun meta-analyses vergeleken zij de internationale adoptiekinderen met niet-geadopteerde kinderen en met kinderen die binnen hun eigen land geadopteerd waren (binnenlandse adoptiekinderen). In totaal zijn er 25.281 internationale en binnenlandse adoptiekinderen opgenomen in de meta-analyses naar gedragsproblemen en 5.092 in de meta-analyses naar aanmeldingen bij de hulpverlening.

Meeste adoptiekinderen doen het goed
De auteurs concluderen dat de meerderheid van de internationale adoptiekinderen zich goed ontwikkelt, maar dat meer adoptiekinderen worden aangemeld bij de hulpverlening vergeleken met niet-geadopteerde kinderen. Overigens is het aantal adoptiekinderen in de hulpverlening slechts een klein percentage van alle adoptiekinderen, en de meeste adoptiekinderen doen het relatief goed. In tegenstelling tot de publieke opinie hebben internationale adoptiekinderen minder gedragsproblemen dan binnenlandse adoptiekinderen en worden zij minder vaak aangemeld bij de hulpverlening.

Adoptieleeftijd niet van invloed op problemen
Anders dan verwacht heeft de leeftijd bij adoptieplaatsing geen invloed op het ontstaan van gedragsproblemen bij internationaal geadopteerde kinderen. Eventuele gedragsproblemen ontstaan eerder op de basisschoolleeftijd dan in de puberteit. Hulpverleners zouden zich bewust moeten zijn van de hogere risico’s op probleemgedrag bij binnenlandse adoptiekinderen en bij internationale adoptiekinderen die voorafgaande aan hun adoptie ernstige verwaarlozing en mishandeling hebben meegemaakt.

Adoptie biedt nieuwe kans
De studie laat zien dat ouders en kinderen in staat zijn erbarmelijke omstandigheden tijdens de vroegste kinderjaren te overwinnen en aanzienlijke achterstanden in te halen. In de nieuwe omgeving van het gezin overwint het verwaarloosde of ondervoede adoptiekind zijn aanvankelijke handicaps. Het haalt zijn meer fortuinlijke leeftijdgenootjes goeddeels in. Dit demonstreert de geweldige veerkracht van het jonge kind dat in een betere omgeving mag opgroeien. De eerste paar levensjaren zijn geen onvermijdelijk (nood)lot, de meeste kinderen grijpen een nieuwe kans als die hen wordt geboden.


Dit onderzoek van Hoksbergen, Rijk, Ter Laak en Van Dijkum uit 2004 betreft 80 in Nederland geadopteerde Roemeense kinderen. Ook voor ouders van Chinese/Taiwanese adoptiekinderen kunnen sommige conclusies interessant zijn. Enkele bevindingen volgens de onderzoekers:

  • Ongeveer de helft van de kinderen vertoont verschillende gedragsstoornissen. De fysieke en psychische verwaarlozing in het Roemeense kindertehuis is daarvan waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak.
  • Kinderen in de klinische groep hebben vaker een matige of slechte gezondheid bij aankomst. De gezondheid bij aankomst hangt niet samen met de leeftijd bij aankomst en heeft daarmee een grotere voorspellende waarde dan de leeftijdsvariabele. Dit heeft een praktische implicatie: het is voor adoptieouders van groot belang het kind meteen na aankomst een intensief medisch onderzoek te laten ondergaan. Slechte gezondheid bij aankomst geeft aanleiding om psychosociale problemen te verwachten. Daarvoor gewaarschuwde ouders kunnen dan op tijd professionele hulpverleners inschakelen.
  • (...) De resultaten suggereren dat adoptieouders sterk kind- en gezinsgericht zijn. Ondanks ernstige opvoedingsproblemen en een sterke mate van de beleving ‘kind is een belasting’ zijn zij immers toch niet gauw teleurgesteld over hun adoptieavontuur. Hun inzet om de opvoedingsproblemen het hoofd te bieden, blijft groot.
  • Volgens de ouders laat de hulpverlening het bij de specifieke problemen nogal eens afweten. Debet hieraan zijn de combinatie van adoptieouders met een grote inzet, betrokkenheid en vaak ook kennis van complexe opvoedingsproblemen, en de hulpverlener met weinig specifieke kennis van ‘effecten van verwaarlozing’ en adoptie.

Een samenvatting van het onderzoek kun je hier bekijken.
Let op: de in dit PDF bestand aanwezige links functioneren niet!


In deze publicatie kunt u lezen hoe ouders met een adoptiekind hun ouderschap ervaren. Eigenlijk willen zij gewone ouders zijn, maar wel met oog voor het bijzondere van de opvoedingssituatie. Ze maken ook duidelijk dat deskundige en laagdrempelige ondersteuning hierbij onmisbaar is.

Voor de conclusie en de aanbevelingen klikt u hier.

Het volledige onderzoek is in boekvorm beschikbaar, ISBN 97 890 5049 3994, te bestellen via PON.


Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie brengt achtmaal per jaar Justitiële verkenningen uit. Het nummer van juli 2008 staat in het teken van adoptie en bevat bijdragen van mw. dr. B. Slot, beleidsmedewerker Financiën, mw. drs. R. Post, medewerker Europese Commissie, mw. prof. dr. F. Juffer, bijzonder hoogleraar Adoptie, prof. mr. P. Vlaardingerbroek, hoogleraar Privaatrecht en mr. A. van der Linden, kinderrechter.

Klik hier voor de volledige uitgave van Justitiële verkenningen.